Jef & Herlinde De Vriese
 

'Gods Woord
naar harten en huizen van mensen'

 

Ons beste advies    :   Lees de Bijbel, bid elke dag

Welkom op onze site!

Artikelen

Steun ons werk

 

Pastorale counseling

Bijbelgetrouwe psychotherapie Artikel in pdf


Jef De Vriese

Lezing naar aanleiding van de studiedag “Evangelische hulpverlening” aan de Evangelische Hogeschool, 27 november 1992.

Toen het Centrum voor Pastorale Counseling in 1982 werd opgericht, werd gekozen om de identiteit als volgt te formuleren:
“Het enige geschikt fundament waarop een volledig christelijke hulpverlening gebouwd kan worden, is het geschreven Woord van God, en de goddelijke openbaring hierin over God, de mens, de problemen van de mens en hun oplossingen”.

Geen minderwaardig model
Deze basisvooronderstelling vindt allereerst haar wortels in de Schrift 1 en in de daaruit voortvloeiende christelijke theologie. De conclusie uit de bedoelde tekstgedeelten is dat God aan de gelovige, door het Woord en de werking van de Heilige Geest, alles heeft toevertrouwd wat nodig is om volkomen te functioneren. Dit betekent ook: alles wat nodig is om om te gaan met problemen als angst, bezorgdheid, schuldgevoelens, relatieproblemen, enz.
Ten tweede verwijzen wij naar het wetenschappelijk onderzoek naar de curatieve factoren in psychotherapie 2 (die factoren die genezing bewerken). Dit onderzoek is mede op gang gebracht door de vaststelling dat er zich in het dagelijks leven, via spontaan herstel, gelijkaardige processen afspelen als in psychotherapie en dat het effect van psychotherapie niet altijd spectaculair hoger ligt dan het effect van het spontaan herstel. 3 Door het Centrum voor Pastorale Counseling wordt de conclusie getrokken dat de Bijbel ingaat op alle basisingrediënten die nodig zijn om een psychotherapeutisch systeem op te bouwen. 4 Psychotherapie blijkt immers niet te werken op basis van de achterliggende theorieën (modellen met de meest uiteenlopende vooronderstellingen behalen toch gelijkaardige resultaten 5), de academische opleiding van de therapeuten (professionele en niet professionele hulpverleners verschillen niet qua doeltreffendheid 6) of de uitleg die de therapeuten geven aan waarom een therapie werkt (de verklaringen die therapeuten geven aan de werkzaamheid van hun strategieën worden niet of onvoldoende bevestigd door onderzoek). De werkzame factoren in psychotherapie zijn: een goede relatie, het wekken van hoop, het verwerven van inzicht, de voorbeeldfunctie van de therapeut, enz. Juist over deze dingen heeft de Schrift veel te zeggen.
Gebaseerd op een theologie die getrouw wil zijn aan het getuigenis van de Schrift zelf, en bevestigd door wetenschappelijk onderzoek, beschouwen wij derhalve de Schrift als een voldoende basis voor de uitbouw van een volwaardig hulpverleningsmodel.
Dit uitgangspunt betekent dat christenen de psychotherapie niet kunnen overlaten aan seculaire hulpverleners. Pastorale counseling moet zich ondubbelzinnig afzijdig houden van een dualisme in het hulpverleningsmodel waarbij men pretendeert uit te gaan van evangelische vooronderstellingen en tezelfdertijd gebruik maakt van methodieken die geënt zijn op het seculaire gedachtegoed die ertoe leiden dat het Woord en de Geest uitgeschakeld worden wanneer het om professionele interventies gaat. Seculaire methodieken mogen zonder evaluatie op alle niveaus niet in een christelijk kader overgenomen worden. Zij dienen allereerst kritisch onderzocht te worden en getoetst te worden op hun vooronderstellingen. En aangezien het mogelijk is om vanuit verkeerde vooronderstellingen toch tot strategieën te komen die eventueel in een bijbels kader zouden kunnen omgezet worden, moeten de seculaire methoden ook verder gecontroleerd worden op hun algehele inhoud, hun ethische waarde en hun gevolgen. 7
Zo is, bijvoorbeeld, empathie, onvoorwaardelijke positieve gezindheid en echtheid in humanistische zin zowel theoretisch als praktisch nog wat anders dan het meevoelen, aanvaarden en in de waarheid wandelen in bijbelse zin. 8 De basishoudingen uit de humanistische client centered therapie kunnen derhalve niet zomaar overgenomen worden, maar moeten doorheen een louteringsproces dat hun inhoud herformuleert overeenkomstig het christelijk gedachtegoed.
Kunnen de seculaire methodieken niet in overeenstemming gebracht worden met bijbelse principes, dat zijn deze methodieken onbruikbaar voor een evangelische hulpverlening. Is een herformulering of loutering van de vooronderstellingen die achter de seculaire methodieken schuilen wel mogelijk, dan kan die methode gebruikt worden. Het resultaat is dan in wezen een “andere” methode, in die zin dat het kader waarin zij terecht komt er één is waarin God en Zijn doelstellingen met de confident centraal staan. De verandering van de norm- en zin-inhouden veranderen de betreffende therapie wezenlijk. 9
Er dient dus een bijbelgetrouwe therapie ontwikkeld te worden die haar wortels vindt in de Schrift en die haar methodiek uitsluitend op bijbelse vooronderstellingen bouwt. Kunnen wij dit ene fundament promoten: SOLA SCRIPTURA?

Geen pragmatisme
De fundamentele principes omtrent pastorale counseling moeten niet gebaseerd zijn op een wetenschappelijk pragmatisme (als het bewezen is dat het werkt is het goed), noch op een emotioneel pragmatisme (als ik er mij goed bij voel en ik heb er baat bij, zal het wel goed zijn), maar moeten duidelijk aan de bijbel ontleend zijn. Gods geschreven openbaring aan ons is in essentie compleet. Zijn geopenbaarde fundamentele principes voor de pastorale zorg dienen noch aangevuld, noch vervangen te worden door aan het menselijk denken of aan de menselijke ervaring ontsproten psychotherapeutische filosofieën. De enige toetssteen voor de geestelijkheid van een hulpverleningsstrategie, is de vraag of zij geworteld is in, en voortvloeit uit bijbelse principes.
Aan de Bijbel kan waarheid ontleend worden die normatief is voor de omgang met bezorgdheid, huwelijksproblemen, angsten, terneergedrukte gevoelens, enz. theorieën die niet in de waarheid van de bijbel geworteld zijn krijgen niet de status van christelijk.
Dit betekent niet dat er buiten de Schrift om geen waarheid ontdekt kan worden via een logisch wetenschappelijk denkproces. (Hierop gaan we later in.)

Geen relativisme
Een kritiek die op de stelling van het normatieve van de Schrift gegeven wordt, is dat het ontlenen van principes aan de Schrift gerelativeerd moet worden omdat dit afhankelijk is van de bril waarmee men naar de Bijbel kijkt.
Dit onderstreept het belang van een theologisch raamwerk, een systematische formulering van de bijbelse waarheden en principes, en een theologisch doordenken van de logische gevolgen van de leer.
De menselijke lezing van de Bijbel moet niet leiden tot een relativeren van de mogelijkheid van objectieve Schriftinterpretatie. Dat is juist het kenmerk van een vrijzinnige theologie. Er moet daarentegen uitgegaan worden van een verantwoorde hermeneutiek, die gebouwd wordt op een gezond beeld van God dat er van uitgaat dat Hij zich kenbaar wil maken in Zijn Woord. God wil verstaanbaar spreken. 10 De gelovige en onbevangen lezing van Zijn Woord maakt het mogelijk om duidelijke waarheden en bijbelse principes te ontdekken.

Geen gelijkstelling van wetenschappelijke “waarheid” met bijbelse waarheid
Dat alle waarheid Gods waarheid is, wordt vaak aangehaald om aan te duiden dat de ontdekkingen van de psychotherapie als wetenschap gebruikt kunnen worden in een christelijk denkkader.
Er komt door de rede inderdaad waarheid uit de natuur tot ons. Deze waarheid uit de natuurlijke openbaring moet in harmonie zijn met de waarheid die tot ons komt door het geloof in het Woord. De Schrift primeert en functioneert als criterium voor de natuurlijke openbaring. De Schrift is de behoeder van de rede en niet omgekeerd.
Het is een probleem, dat terwijl de waarheid van de Bijbel over tijd en ruimte heen normatief is, de “waarheid” van de psychotherapeutische theorieën relatief en in zichzelf verdeeld is. Afhankelijk van de vooronderstellingen waarmee men gegevens verzamelt, de observatiemethoden, en de theorie waarbinnen men de gegevens interpreteert, komen er andere “waarheden” naar boven. De wetenschappelijke “waarheid” van vandaag kan morgen al heel anders zijn. Duizend en één theorieën in de psychotherapie spreken elkaar tegen. 11 Uiteindelijk is er maar één absolute waarheid: de waarheid van het Woord van God.
Indien de goddeloze mens van nature Gods waarheid verdraait, is er maar één weg om zeker te weten of iets waar is: de toetssteen van de Schrift, gelezen onder de leiding van de Heilige Geest. Indien het mogelijk is om een verantwoord hulpverleningsmodel op bijbelse basis te bouwen, moet een christen zijn denken en handelen in dit model niet toetsen aan het menselijk denken van Freud of van wie dan ook. Hij moet de waarheid omtrent de mens en zijn functioneren allereerst ontlenen aan de Schrift zelf.

Geen anti-psychologie
Het zich exclusief op de Bijbel willen baseren is geen uiting van anti-psychologie, maar benadrukt de noodzaak van een christelijke psychologie, of, in het kader van dit betoog, wellicht nauwkeuriger: een christelijke psychotherapie.
Bijbelgetrouwe psychotherapie dient niet aan de ene kant geplaatst te worden tegenover de seculaire benaderingen. Ook binnen de seculaire hulpverlening is er een wirwar van verschillen en tegenstellingen. Een bijbelgetrouwe benadering kan dan ook beter geplaatst worden temidden van de seculaire, als een, menselijk gesproken, volwaardig alternatief tussen de andere.
Wie meent te observeren dat het Centrum voor Pastorale Counseling zich tegen de psychologie afzet, slaat de bal mis. Wij zetten ons af tegen een psychotherapie op seculaire basis, of zij nu humanistisch, Freudiaans, materialistisch monistisch is, of wat dan ook. Het probleem van de seculaire hulpverlening ligt in de eerste plaats in haar filosofische vooronderstellingen waarmee haar methodieken zo sterk doordrenkt worden. Het is juist daarom één van de belangrijke en boeiende taken van de christen psycholoog om de observaties die de psychologie maakt te herinterpreteren in een christelijk denkkader.
Het is dus voor de christen wetenschapper van groot belang om de objectieve gegevens die door wetenschappelijk verantwoorde methodes verzameld worden, te kennen en te onderzoeken. De psychologie geeft immers ook inzichten in objectief waarneembare fenomenen in het menselijk functioneren. Vakgebieden als de ontwikkelingspsychologie, de leerpsychologie, de neuropsychologie, e.a., bieden belangrijke informatie voor de ontwikkeling van de pastorale hulpverlening. Allerlei praktische aspecten van diverse psychotherapeutische methoden kunnen bruikbaar gemaakt worden in een christelijk denkkader. 13 Daarmee hoeft een christen geen probleem te hebben. De problemen situeren zich veeleer op het vlak van de interpretatie van de objectief waarneembare gegevens die via psychologisch onderzoek aan het licht gebracht worden en op het vlak van de filosofische en ethische context waarin psychologen hun werk doen, of juist op het vlak van de afwezigheid van normen en zingeving, en dus ook van God, in het therapeutisch handelen.

Geen exclusiviteit
Voor een benadering die zich christelijk noemt en tezelfdertijd in haar praktische toepassingen op seculaire vooronderstellingen leunt en strategieën gebruikt die niet terug te voeren zijn tot bijbelse principes, heb ik weinig goede woorden over.
Het model van het Centrum voor Pastorale Counseling wil in overeenstemming zijn met en voortvloeien uit de Bijbel. Uiteraard is onze bijbelgetrouwheid gekenmerkt door onze bijbeluitlegkunde, onze kerkelijke achtergrond, onze geloofsbeleving, en dus de wijze waarop wij de universele bijbelse principes vertalen naar de praktijk van het therapeutisch handelen. Alhoewel ons uitgangspunt exclusief is (Sola Scriptura), beseffen wij dat onze praktijk in zekere mate relatief is.
Dit betekent dat er openheid en noodzaak is voor een verscheidenheid in de bijbelgetrouwe aanpak 14, die rekening houdt met de kerkelijke achtergrond, de individuele geloofsbeleving van de confident, de persoonlijkheid van de confident, de aard van het probleem, enz. Verschillende accenten zullen verschillende bijbelgetrouwe strategieën opleveren, maar dat is geen probleem zolang de fundamentele vooronderstellingen van de Bijbel maar gerespecteerd worden.

Geen oppervlakkige aanpassing van gedrag en gedachten
Ik observeer dat de veranderingsprocessen waarop God de mens in Zijn Woord aanspreekt, liggen op het vlak van gedrag en denken. Gehoorzaamheid in het handelen en vernieuwing van het denken zijn de twee sporen waarop de mens wordt gezet als het om levensvernieuwing gaat. Elk ander spoor is voor mij uitgesloten, omdat de Bijbel er geen ander aangeeft.
Het is onontbeerlijk om beide sporen in het oog te houden en als hulpverlener flexibel te zijn in het spoor dat op een gegeven moment het accent verdient. Het is even onontbeerlijk om ook aandacht te schenken aan de emoties en deze constructief te gebruiken als invalspoort om betrokkenheid te bevorderen en inzicht te verwerven in de problemen, met als doel een verandering in denken en handelen mogelijk te maken.
Hulpverleners die alleen gehoorzaamheid eisen dragen oogkleppen. Hetzelfde dient gezegd te worden van hen die uitsluitend gedachteprocessen willen veranderen of van hen die exclusief de gevoelens als invalspoort gebruiken. In de praktische aanpak is er variatie nodig en het vermogen om van één techniek naar een andere over te schakelen.
Gedragsverandering zonder hartsverandering kan wel mooi zijn langs de buitenkant, maar is uiteindelijk niet de vrucht die door de Heilige Geest vanuit het innerlijke verwekt wordt. Christelijke gehoorzaamheid komt niet tot stand door gedragstherapie die de mens behandelt als een rat in een kooi en hem uiterlijk aanpast, maar door te groeien in gehoorzaamheid, gemotiveerd en gevoed vanuit liefde voor God. Verder is een verandering van het denken, louter op basis van cognitief-therapeutische principes of door “de kracht van het positief denken”, dat niet gepaard gaat met geestelijk inzicht 15 en dat niet onder de leiding van de Geest gebeurt, even ontoereikend voor de doelstellingen van de pastorale counseling.
Veranderingen lopen bij gelovigen en ongelovigen wel langs dezelfde paden. Het gaat om het algemeen menselijk functioneren. De therapeutische accenten die sommige seculaire therapieën leggen, zullen niet verschillen van een mogelijke bijbelgetrouwe aanpak. Alle mensen functioneren op een gelijkaardige wijze. Het verschil in het veranderingsproces tussen een gelovige en een ongelovige ligt niet zozeer in het menselijk functioneren (bv. veranderen via anders denken), maar ligt veeleer in de kwaliteit van die verandering (bv. anders denken op menselijk-humanistische basis uit eigen kracht, of anders denken door geestelijk inzicht geleid door de Heilige Geest met geestelijke vruchten; vgl. Rom. 7:4-6). In een bijbelgetrouwe hulpverlening blijven God en de invloed van Zijn Woord en Zijn Geest op het veranderingsproces continu en expliciet in beeld.

Geen simplistisch-mechanisch-magisch bijbelgebruik
Pastorale counseling is niet hetzelfde als het juiste bijbelvers citeren en van daaruit automatisch verandering verwachten. Wie in staat is om een bijbels principe in verband te brengen met een concrete situatie of ervaring van een hulpvrager moet ook de volgende stap leren zetten: dit principe toepassen en praktisch maken. Hij moet niet alleen preken over WAT God wil (niet bezorgd zijn, meer liefhebben, geloven, zich verblijden, enz.), maar ook wegen aanduiden van HOE dat in het dagdagelijks leven omgezet kan worden. Dit behelst geen eenvoudige, maar veeleer een zeer complexe vaardigheid.
De Bijbel is een handboek met betrekking tot de principes van de hulpverlening, maar niet altijd met betrekking tot de concrete hulpverleningsstrategieën. De uitdaging van de bijbelgetrouwe hulpverlening ligt hierin om niet alleen bijbelse principes met betrekking tot de hulpverlening te formuleren, maar deze eveneens om te zetten in een praktische aanpak. Het WAT van de bijbelse principes dient vertaald te worden naar het HOE van de toepassing bij deze confident, in deze situatie, in deze tijd en cultuur, met die kerkelijke achtergrond, enz. Dit gaat verder dan “bid en vertrouw” of “gehoorzaam God maar”. Hier zijn geen verstarde standaardantwoorden, maar flexibele strategieën nodig.

Geen garantie voor het verdwijnen van het probleem
Wij geloven van harte dat de Bijbel een oplossing aanreikt voor elk probleem. Vanuit een magisch-hokus-pokus-denken over het geestelijk leven kan deze stelling echter verkeerd geïnterpreteerd worden. Het is niet zo dat door tot Jezus te komen alle problemen verdwijnen. Dat is de boodschap van het evangelie niet! Wel is het zo dat God onze draagkracht kent en garant staat dat de moeilijkheden van het leven niet boven vermogen zijn. Hij zorgt voor een uitkomst waartegen wij bestand zijn. 16 Dikwijls knelt hier het schoentje. Mensen willen niet bestand worden tegen de problemen, ze willen er vanaf! Gods belofte van volkomen toerusting 17 betekent niet noodzakelijkerwijs het verdwijnen van alle hinderlijke gevoelens, negatieve gedachten, relatieproblemen, enz., maar wel dat mensen door de middelen die God ter beschikking stelt, kunnen leren om op zo’n manier met die hindernissen om te gaan dat ze hun niet belemmeren om Hem te dienen en dat, te midden van de onrust van het leven, Gods vrede kan heersen.
Het citeren van een bijbelvers bewerkt, behoudens de uitzonderingen waarbij God een plots wonder doet, geen automatische verandering. Het hulpverleningsgesprek situeert zich immers in bepaalde fase van het leven van een persoon. Er hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, of juist niet voorgedaan. Het gesprek is maar een momentopname in de totale ervaring van een persoon in verleden en heden. Mensen in nood hebben in het netwerk van hun gedachten, emoties, ervaringen, enz., op verschillende terreinen schade opgelopen. De ene crisis heeft vaak geleid tot een andere of tot een diepere crisis later. Zo hebben de crisispatronen in de persoon zich uitgebreid over haast alle gebieden van zijn persoonlijkheid en zijn relaties met zichzelf, andere mensen en God. Een gesprek met een bijbelvers doet hier geen automatische wonderen.
Een degelijk gesprek kan hooguit op een beperkt gebied een beperkt deel van de persoon en zijn relaties de schade herstellen, tenzij God een plots wonder doet. In het kader van de gehele persoonlijkheidsontwikkeling en het complex van alle relaties, is een gesprek meestal slechts een kleine lokale ingreep, terwijl uiteindelijk verschillende en uitgebreide operaties nodig zijn. Verandering heeft tijd nodig vooraleer ze zich in iemands leven kan uitbreiden tot een min of meer stabiel geheel.

Geen liefdeloos wetticisme
Pastorale counseling vergt van de hulpvrager nogal wat inzet. Er wordt verwacht dat hij meewerkt, zich inzet, huiswerkopdrachten afwerkt, enz. Een onevenwichtige nadruk op de inzet van de hulpvrager leidt tot wetticisme en breekt diegene die het niet meer kan opbrengen: er wordt nog maar eens een bijkomende last opgelegd. Evenwichtige hulpverlening, daarentegen, houdt steeds de combinatie van werken en genade in het oog. 18
Het is de kunst om te ontdekken welke stap een confident kan doen in het kader van zijn geestelijke ontwikkeling. Van sommigen wordt gezegd dat zij een gebroken wil hebben, maar dat is een concept dat ik niet in de bijbel terug kan vinden. Iedereen kan altijd iets doen om tot God te naderen, hoe klein dat ook moge zijn. Juist daarin moet de hulpverlener helpen. Soms betekent dat hard werk, soms rusten; soms vertroosten en bemoedigen, soms vermanen en aansporen; soms boos worden en iemand door elkaar schudden, soms mee huilen en de wonden verzorgen. Om het met het voorbeeld van Paulus te zeggen: soms vader zijn, soms moeder zijn. 19 Soms betekent het stoppen met bidden omdat het leidt tot passiviteit, en iemand aan het werk zetten; soms stoppen met werken, en bidden dat God door Zijn genade ingrijpt. Er is verscheidenheid en variatie in de aanpak nodig. 20

Geen machtsmisbruik
Christenen neigen al te vaak tot het opleggen van wetten en verwachtingen op anderen. In de hulpverlening is dit probleem zeer delicaat, omdat de confident juist in een afhankelijkheidspositie zit en de hulpverlener het risico loopt om door zijn adviezen en verwachtingen als een god te gaan functioneren in het leven van de confident. Het advies van de hulpverlener mag niet gelijk gesteld worden met de bijbelse principes. Het moet steeds de doelstelling zijn dat de confident zelfstandig afhankelijk wordt van God. Hij moet zelf leren om over de bijbelse principes na te denken en de conclusies daaruit te trekken voor zijn persoonlijk leven.
Ook al is het vaak nodig om de confident in de beginfase van de begeleiding directief bij de hand te houden, hij zal losgelaten moeten worden, zodat hij zelf de directieven van de Schrift kan integreren in zijn leven, ook al doet hij dat misschien op een wijze die niet strookt met de opvattingen en de persoonlijke toepassingen die de hulpverlener van de bijbelse principes zou maken. De hulpverlener is geen goeroe die het persoonlijk leven van de confident tot in de details bestuurt. Hij is een tijdelijke coach met beperkte competenties (afhankelijk van zijn vaardigheden, persoonlijkheid, de aard van de relatie met de confident, enz.). Hij dient zich ook als dusdanig te gedragen en dit gegeven bewust in de hulpverleningsrelatie in te bouwen. Hij is voor de confident een wegwijzer naar God en Zijn Woord. Uiteindelijk moet de confident zelfstandig kiezen of en hoe hij de weg van het Woord zal bewandelen.

Geen opsplitsing van de mens in vakjes
Sommigen beweren dat er meer nodig is dan een geestelijke verandering. Zij gaan er van uit dat het probleem niet geestelijk, maar psychisch van oorsprong is, en dus een psychologische aanpak vergt. Meestal ontstaat deze gedachtegang vanuit een kunstmatige driedeling van de mens (geest-ziel-lichaam). Dit verhindert de uitbouw van een bijbelgetrouwe hulpverlening, die zowel het geestelijk als het psychisch leven op het oog heeft. In werkelijkheid functioneert de mens als één geheel. De Bijbel legt veeleer de nadruk op hoe de mens functioneert en leeft dan op hoe de mens structureel in elkaar zit. Wij zien meer heil in een functionele antropologie die de nadruk legt op het denken en handelen van de mens in de context van zijn relatie met zichzelf, God, de naaste en de omgeving. 21
Het zou ons te ver voeren om hier in te gaan op een bijbelse antropologie. Laat mij volstaan met te zeggen dat wanneer we in de Bijbel de driedeling geest-ziel-lichaam tegen komen dit een uitdrukking is die past in het Griekse denkkader van het Nieuwe Testament. De beschrijvingen die het Oude Testament gebruikt zijn heel anders: hart, nieren, ingewanden, enz. Maar zelfs in het Nieuwe Testament heeft de driedeling geen exclusiviteit. Soms wordt, bijvoorbeeld, het verstand naast de ziel genoemd. 22 Hoort het verstand dan niet tot de ziel? Waarom wordt het dan apart genoemd? De Schrift stelt de driedeling niet als een model voor en gebruikt ze ook niet als een model. Veeleer is het zo dat in verschillende passages verschillende facetten van het menselijk functioneren afwisselend geaccentueerd worden. De mens functioneert als een complexe eenheid.
Wat betekent “geestelijk”? De term geestelijk moet niet beperkt worden tot activiteiten als bidden en in de Bijbel lezen. Een boswandeling met de kinderen is evenzeer een geestelijk activiteit, omdat ze kadert binnen het zorg dragen voor de kinderen die God aan iemand heeft toevertrouwd. Het veranderen van de persoonlijkheid, leren omgaan met emoties, het onder controle leren houden van het gedachteleven, enz., zijn voor de gelovige allemaal geestelijke activiteiten. Het heeft alles te maken met het stap voor stap overwinnen van de vruchteloosheid van de schepping in iemands leven. Het geestelijke is dan ook geen onderdeel van het leven van de gelovige, het dient de kwaliteit ervan te zijn.
De zogenaamde psychische problemen zijn de dingen waarop God de mens in Zijn Woord aanspreekt. Men is er in geslaagd om problemen netjes te verpakken in indrukwekkende woorden als depressie, fobie, projectie, schizofrenie, enz. Deze woorden zijn echter samenvattende termen voor een geheel van symptomen. Zij zijn beschrijvende concepten die niet de bedoeling hebben te verklaren. De verpakking van problemen in zulke concepten betekent niet dat de behandeling ervan voorbehouden moet worden aan seculaire psychologen. Als we observeren waarmee de mensen waarop deze beschrijvingen van toepassing zijn, worstelen, dan is het onontkoombaar dat de thema’s die besproken moeten worden, onmiddellijk met de Bijbel verbonden kunnen en moeten worden. De bevoegde instantie om dergelijke problemen te behandelen is, vanuit een theocentrisch denkkader, niet de seculaire psycholoog, maar de pastorale hulpverlener, of zo u wilt de christen psycholoog, of indien u het liever zo hoort de pastoraal theoloog.
Bijbelgetrouwe hulpverlening werkt dus in een vakgebied waar psychologie en theologie onlosmakelijk aan elkaar verbonden worden. Bijbelgetrouwe hulpverlening dient een integrale hulpverlening te zijn, georiënteerd op de gehele mens, bouwend op kennis van zowel de theologie als de psychologie. Ook de psycho-somatiek en de organisch veroorzaakte problemen mogen niet uit het oog verloren worden en maken een minimum aan kennis van, en samenwerking met, de geneeskunde noodzakelijk.

Geen amateurisme
Gezien al het voorgaande zijn de vaardigheden waarover de pastorale hulpverlener moet beschikken niet te onderschatten. Het is duidelijk dat het lezen van de Bijbel iemand niet tot hulpverlener maakt, net zo min als het hem geen theoloog, evangelist, leraar, enz., maakt. Een probleem in onze evangelische wereld is dat de nadruk op het priesterschap van alle gelovigen soms ontaardt in de verkondiging van de deskundigheid van alle gelovigen. Complexe problemen moeten niet aan het eerste het beste gemeentelid toevertrouwd worden, daaruit kunnen alleen brokken voortkomen.
Het algemeen priesterschap heeft wel als consequentie dat iedere gelovige aangemoedigd en geholpen moet worden om anderen te bemoedigen, te vertroosten, en te stimuleren om hun leven (en dus ook hun problemen) met God aan te pakken. Maar net zo min als allen evangelisten zijn, zijn ook niet allen herders. Sommigen hebben die gave en moeten die ontwikkelen in het kader van hun dienstbaarheid aan de plaatselijke gemeente. Met het oog hierop organiseert het Centrum voor Pastorale Counseling nu al verschillende jaren pastorale cursussen voor leken.
Er is echter nog een andere stap nodig: de opleiding van professioneel geschoolde hulpverleners die niet alleen christenen zijn, maar die ook een bijbelgetrouwe aanpak hebben. Het zal nu wel duidelijk zijn dat het hier niet gaat om een biblicisme, wars van een wetenschappelijk verantwoorde methodiek, maar om een combinatie van bijbelgetrouw professionalisme én charisma, verantwoorde methodiek en genade.
Er dient een bijbelgetrouwe therapieopleiding ontwikkeld te worden die haar wortels vindt in de Schrift en die haar methodiek uitsluitend op bijbelse vooronderstellingen bouwt. Zij dient een combinatie te zijn van verantwoorde theologie en psychologie, rekening houdend met de nodige kennis vanuit de geneeskunde, om eventueel organische veroorzaakte problemen in samenwerking met een arts te kunnen behandelen. Die combinatie hopen wij vanuit het Centrum voor Pastorale Counseling verder uit te bouwen door samen met het Bijbelinstituut België en de Evangelische Theologische Faculteit vanaf volgend academisch jaar een specialisatie in de pastorale counseling op te starten.

Geen scheiding tussen theologie en psychotherapie
Zo komen we op het punt van de verbinding tussen theologie en psychotherapie. Een wederzijdse bevruchting van theologie en praktisch georiënteerde therapie is nodig. Net zoals de filosofen de voedingsbodem vormen van de psychotherapeutische modellen, dienen de theologen het theoretisch kader te scheppen dat de christelijke hulpverlening kan funderen en toetsen en ontleden op haar vooronderstellingen, algehele inhoud, ethische waarde en gevolgen van haar strategieën, enz. Er ligt nog veel werk voor de boeg om het Sola Scriptura in de theorie én de praktijk van de bijbelgetrouwe psychotherapie degelijk en verantwoord uit te bouwen.

EINDNOTEN
1 o.a. 2 Timotheüs 3:16-17; 2 Petrus 1:3-4.
2 o.a. Frank, J.D., Therapeutic factors in psychotherapy, American Journal of psychotherapy, 1971, 25, 350-361. Korchin S.J., Nonspecific factors in psychotherapy. Presented as an invited address to the first European Conference on Psychotherapy Research. University of Trier, September 18, 1981.
3 o.a. Bergin A.E., The Evaluation of Therapeutic outcomes, In: A.E. Bergin & S.L. Garfield (Eds.), Handbook of Psychotherapy and behavioral change. An empirical analysis, New York: Wiley, 1971, 1978. Eysenck H.J., The effects of Psychotherapy: an evaluation. Journal of consulting psychology, 1966, 16, 319-324. Eysenck H.J., An exercise in mega-silliness, American psychologist, 1978, 33, 514.
4 J. De Vriese, Seculaire en Christelijke Counseling: Bondgenoten of Vijanden? Bijbel en Wetenschap, 1984, 9de jaargang nr. 65, p. 42-45. Gelijkaardige inhoud verschenen in: W. Barrett en J. De Vriese, Helpen met de Bijbel, Gideon, 1986, en in: J. De Vriese, The integration of secular and christian counseling, In: The secret of faith, in your heart - in your mouth, Evangelische Theologische faculteit, 1992, p. 46-61.
5 o.a. Luborsky L., B. Singer & L. Luborsky, Comparative Studies of Psychotherapies. Is it true that everyone has won and that all must have prizes? Archives of General Psychiatry, 1975, 32, 995-1008. Smith M.L. & Glass G.V., Meta-analysis of psychotherapy outcome studies. American Psychologist, 1977, 32, 352-760. Smith M.L., G.V. Glass & T.I. Miller, The Benefits of Psychotherapy, Baltimore: Hopkins, 1980.
6 o.a. Gurman A.S. & A.M. Razin, Effective Psychotherapy: a handbook of research, New York: Pergamon Press, 1977.
7 Bijvoorbeeld: Vanuit een materialistisch reductionisme kunnen gedragstherapeutische technieken ontwikkeld worden die niet voortvloeien uit een christelijk denkkader, maar toch bruikbaar kunnen zijn in het aanleren van nieuwe gedragingen en gewoonten die in overeenstemming zijn met christelijke doelstellingen.
8 J. De Vriese & L. Doeswijk, Aanvaarden, meevoelen en in de waarheid wandelen, Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling, 1992, nr. 14, p. 387-42.
9 Zie, bijvoorbeeld, m.b.t. het belang van normen en waarden: D.S. Browning, Normen en waarden in het pastoraat, De toorts: Haarlem, 1978.
10 Dr. H. Vander Goot, Onbevangen verstaan. Over de werkelijkheid van de theologie, Verantwoording, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2, 1987.
11 Een voorbeeld van “ieder zijn waarheid” (waarvan ik jammer genoeg de referenties niet meer kon achterhalen): Een patiënt in een psychiatrische instelling loopt voortdurend met een bezem rond. Er wordt aan verschillende therapeuten gevraagd dit gedrag te verklaren. Een psychoanalyticus ziet duidelijk het verband met een probleem rondom de mannelijke phallus. De humanist ziet een persoon die niet in staat is om zich onbevangen te laten zien en te handelen zoals hij van binnen is, en die dit gedrag nodig heeft om zich in zijn omgeving te kunnen handhaven. De gedragstherapeut zoekt naar de factoren in de omgeving (beloning, straf?) die dit fenomeen in stand houden. In de praktijk werd door een onderzoeker aan deze patiënt gevraagd om een week met de bezem rond te lopen in het kader van een experiment..., waarvan de therapeuten de proefpersonen waren...
12 Romeinen 1:18.
13 Mogelijke conflicten in de relatie tussen theologie en psychologie als geheel zijn vaak ook minder acuut dan tussen theologie en de psychotherapie in het bijzonder, daar deze expliciet doordrongen is van allerlei filosofische vooronderstellingen en ethische en zingevende achtergronden.
14 Voorbeelden: Is iemand meer aanspreekbaar op het terrein van gehoorzaamheid in handelen of eerder op het terrein van het veranderen van gedachtepatronen. Moet iemand benaderd worden met zachtheid en troost, of met confrontatie en vermaning? Moet iemand aan geconfronteerd worden en aan het werk gezet worden, of moet er gebeden worden en gewacht worden op het ingrijpen van Gods Geest. Moet er geluisterd worden of is het tijd om te handelen? Enz.
15 Vergelijk, bijvoorbeeld, Ef. 1:17-18; Ef. 3:19; Fil. 1:10; Kol. 1:9-11, waar het accent ligt op een geestelijk inzicht dat niet identiek is aan het menselijk inzicht en denken.
16 1 Korinthiërs 10:13
17 2 Thimotheüs 3:16-17
18 J. De Vriese, Methodiek en genade, Tijdschrift voor Pastorale Counseling, 1991, nr. 9, p. 6-10.
19 1 Thessalonicenzen 2:7, 11.
20 Die verscheidenheid spreekt ook uit de bijbel. Zo getuigt het boek Spreuken, bijvoorbeeld, van inzicht in de mens en reageert met een verscheidenheid van antwoorden voor verschillende situaties. Op dezelfde wijze heeft Jezus op mensen niet gereageerd met een standaardaanpak, maar heeft hij zich in Zijn reactie op mensen steeds aangepast aan het individu en de situatie.
21 Zie: P. Nullens, De mens. Leven naar Gods beeld, Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling, 1992, 14, 49-54.
22 Mattheüs 22:37; Marcus 12:30, 33; Lucas 10:27.

Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling, 4de jaargang, 4de kwartaal 1992, nr. 16, p 48-56. Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.

Top!

 

 

Samen op de sofa

Gespreksthema's
voor echtparen


Meer info

Recent geplaatst

19/09/17 - Bijbels dagboek week 39
15/09/17 - Bijbels dagboek week 38
11/05/11 - Gedicht 'Lijden'
01/12/16 - Lied 'Vertrouw op de HEERE'

Het Laatste Woord

Er dient dus een bijbelgetrouwe therapie ontwikkeld te worden die haar wortels vindt in de Schrift en die haar methodiek uitsluitend op bijbelse vooronderstellingen bouwt. Kunnen wij dit ene fundament promoten: SOLA SCRIPTURA?

Blijf op de hoogte!

Volg ons op FacebookaVolg ons op TwitteraLinkedIna luister op SoundClouda podcast op iTunes  

 

Copyright www.devriese.eu. All Rights Reserved

Bijbels Dagboek - Gedichten en Muziek - Vragen - Echtscheiding en Hertrouwen - Geestelijk leven - Gemeente - Gebed - God - Huwelijk - Leiderschap - Lijden -
Opvoeding - Pastoraat - Pastorale Counseling - Postmodernisme - Relaties - Samen op de sofa - Seksualiteit - Vergeving - Vrouw