Jef & Herlinde De Vriese
 

'Gods Woord
naar harten en huizen van mensen'

 

Ons beste advies    :   Lees de Bijbel, bid elke dag

Welkom op onze site!

Artikelen

Steun ons werk

 

Lijden

De zin van het lijden Artikel in pdf


Jef De Vriese

Een mooie puinhoop
Een aantal jaren geleden werd in Leuven een nieuw bankgebouw gebouwd. Het was prachtig qua architectuur, modern en efficiënt gebouwd. Het liet iets zien van de kunde van de bouwers ervan. Maar niet zolang nadien kwam er een bomaanslag van een terreurgroep. Het gevolg was zware beschadiging, kapotte ramen, kapotte deuren, scheefgezakt marmer: een puinhoop. Doorheen deze puinhoop kon je echter nog zien hoe modern het gebouw opgevat was. De bekwaamheid van de makers was nog zichtbaar. Als je de puinhoop zag zou je er toch niet aan getwijfeld hebben dat er intelligente mensen aan het werk geweest waren. Niemand zou gezegd hebben dat omdat het een puinhoop was er ook geen architecten waren. Of, omdat het een puinhoop was, je niets meer kon zien van de vroegere schoonheid.
Toch is dat laatste de conclusie die men vaak trekt uit de puinhoop waarin schepping zich bevindt. Er is zoveel ellende, zoveel problemen en men zegt vaak: “Er is geen God. Hij is niet te kennen”. Deze conclusie is onterecht.

Liefde beter begrijpen
Waarom laat God het kwade toe? Is God dood? Is Hij onmachtig? Waarom heeft die almachtige God de bomaanslag op “Zijn gebouw”, op Zijn schepping, niet kunnen verhinderen? Om deze vraag op te lossen moeten we inzicht hebben in wat liefde is. Als we iets begrijpen van de liefde die God voor de mensen heeft is het begrijpelijker waarom God het kwade toelaat.
De liefde die God voor de mensen heeft, wordt vaak vergeleken met de liefde tussen een bruid en een bruidegom, tussen man en vrouw. Hoe begint de liefde tussen een jongen en een meisje? Stel u voor dat de jongen het initiatief neemt. Zal zij reageren, zal zij antwoorden? Dat is haar keuze. Dat komt niet automatisch. Zij is geen robot die vanzelf reageert op het aanbod. Ze heeft haar vrije wil. De liefde tussen twee jonge mensen vergt een vrijwillige, wederzijdse instemming. Zonder deze vrijheid is er geen liefde. Echte liefde nodigt uit. Echte liefde wacht op een antwoord.
God is liefde. Hij zoekt wederliefde. Hij tracht onze liefde te winnen door Zijn liefde te bewijzen. Net zoals een jongen allerlei dingen doet om de gunst van een meisje te winnen door bloemen, een cadeautje of door wat dan ook. Zo heeft ook God Zijn liefde voor ons bewezen door ons Zijn Zoon te geven op een moment dat wij Hem niet kenden. Toen wij nog zondaars waren gaf Hij Zijn Zoon (Rom. 8:5). Indien God ons zo had geschapen dat we uitsluitend Zijn wil zouden kunnen doen, dat als Hij liefde gaf, wij automatisch zouden antwoorden, zou dat dan echte liefde zijn? Nee, want liefde houdt een vrije keuze in. Liefde geven is een waagstuk, ook voor God. Hij is geen dictator. Hij laat de mens vrij. Liefde moet altijd vrijwillig zijn. Liefdadigheid, bijvoorbeeld, die gesubsidieerd wordt door belastinggeld, is een verplichting omdat we nu eenmaal belastingen moeten betalen. Maar als u liefdadigheid wilt bedrijven uit uw eigen zak, vrijwillig, zonder druk, pas dan drukt u ware liefde uit.
Elk schepsel heeft de mogelijkheid om de liefde die God voor ons heeft te weigeren of ze te beantwoorden. We zouden natuurlijk de vraag kunnen stellen: “Wist God dan niet vooraf dat het met de schepping verkeerd zou aflopen?” Het antwoord is: ja, Hij wist het. Hij liep dat risico omdat Hij de liefde, die aan een relatie met Hem verbonden was, veel belangrijker en kostbaarder inschatte dan dat risico. Hij was ook bereid om zelf de kosten van dat risico te dragen. God had vooraf een oplossing voor de zondeval. Reeds voor de grondlegging der wereld, zegt de Schrift, was Hij bereid Zijn Zoon te geven. Dit kan opnieuw vergeleken worden met het huwelijk. Liefde in het huwelijk houdt een zeker risico in zich, want een heleboel huwelijken lopen uit op echtscheiding. Toch huwen mensen. Het risico is blijkbaar de moeite waard, omdat het voordeel dat men denkt uit een relatie te halen veel groter is dan een mogelijke schade.
Wat doet God dan met de schade die aangericht is? Mensen zouden kwaad en bitter reageren, ingrijpen, desnoods alles en iedereen verwoesten die in de weg staat. Maar zo reageert God niet op de schade die Hem is toegebracht. De Schrift zegt dat God liefde is. Zijn liefde is lankmoedig, goedertieren, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe, alles verdraagt zij. Zijn liefde vergaat nimmer meer. Van ware liefde mag men ook ware lankmoedigheid en geduld verwachten. Gods liefde blijft inspanningen leveren om onze liefde te winnen. Het hoogtepunt van die inspanning om ons bij Hem terug te brengen, was de kruisdood van Zijn Zoon.
Nu wacht Hij op ons in de hoop dat we tot de erkenning van de waarheid komen. God is geduldig. Hij wacht lang voordat Hij de boosdoeners die van Zijn schepping een puinhoop maken oordeelt. Maar Zijn oordeel gaat zeker komen. Eigenlijk is het voor ieder van ons al daar, want wij zijn allen zondaars die de dood verdienen. Toch heeft God ons niet vergeten of genegeerd. Hij heeft Zijn Zoon gegeven. Hij staat klaar en Hij wacht. We zouden louter robots zijn indien we automatisch Gods liefde zouden beantwoorden op het moment dat Hij op een knopje drukt. Was het Gods wil dat miljoenen Joden vergast zijn, vrouwen, kinderen, oudere mensen? Was de atoombom op Hiroshima Gods wil? Is het feit dat een moeder in een gezin met kleine kinderen kanker krijgt Gods wil? Zeker niet. Maar evenmin zou het Gods wil zijn, dat wij robots zijn die willoos Zijn geboden onderhouden. Dat heeft niets te maken met ware liefde.

Waarom leven wij?
Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen? Wat is de zin van mijn leven? Op deze vraag hebben door de eeuwen heen allerlei mensen geprobeerd een antwoord te geven. De zin van het leven, maar ook de zin van het lijden, houdt iedereen bezig. Een groep van Griekse filosofen die daarover sprak waren de stoïcijnen. Hun stelling was: neem afstand, ga maar in een ivoren toren zitten, ver verwijderd van de ellende en de problemen van deze wereld. Tot een andere stroming behoorden de epicuristen. Hun motto: pluk de dag, geniet ervan want niemand weet wat er morgen komen gaat; eet en drink, maak het gezellig, want morgen komen misschien de pijn en het lijden.
Er waren dus twee extremen: enerzijds afstand houden, anderzijds vluchten in dingen die een deel van de werkelijkheid onderdrukt houden. We kunnen echter niet doen alsof het er niet is, want we worden er allemaal mee geconfronteerd: allerlei rampen, aardbevingen, overstromingen, droogte, hongersnood, oorlog, politieke terreur, discriminatie, armoede. Denk ook aan de christenen in gesloten landen, die omwille van hun geloof vervolgd worden. Dan zeggen we nog niets over dood, ziekte, psychisch lijden, depressie, angst of schuldgevoelens. Vaak gaat het om een combinatie van lichamelijke problemen en psychische problemen: allerlei ingrijpende moeilijkheden die tot dit leven behoren. Het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn. Allemaal worden we met problemen geconfronteerd.

De oorsprong van het lijden

Persoonlijke zonde
De Bijbel is er klaar en duidelijk over dat de bron van het lijden in dit leven de zonde is. Soms gaat het om de eigen, persoonlijke zonde. Als iemand drinkt en zijn lever gaat kapot, dan hoeft hij de schuld daarvan niet op God te steken. Dan is hij daar zelf de oorzaak van. Zijn eigen zonde veroorzaakt lijden in zijn eigen leven.

Zonde van anderen
Ook fouten en zonden van andere mensen kunnen de oorsprong van lijden zijn. Indien iemand drinkt en een auto-ongeluk veroorzaakt, dan is die persoon duidelijk de oorzaak van het lijden.

Satan
Een derde “factor” die het lijden veroorzaakt noemt de Schrift de duivel, de satan. Satan is een persoonlijkheid die probeert op ons leven invloed uit te oefenen. Hij is Gods tegenstander. De Bijbel geeft verschillende voorbeelden van hoe hij lijden over mensen kan brengen. Luc. 13, bijvoorbeeld, spreekt over een vrouw, die met een geest van zwakheid verkromd was. Zij was achttien jaar door satan gebonden en Jezus maakte haar vrij. Of neem Hand. 10:38 waar over Jezus gezegd wordt dat Hij rondging, weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren.

De vruchteloosheid van de Schepping
Naast de bovenstaande drie veroorzakende personen, is de belangrijkste bron van lijden wellicht veeleer de “toestand” van de schepping. Vele problemen in ons leven komen voort uit de vruchteloosheid waaraan de schepping onderworpen is. Rom.8: 18-20 zegt:
“Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden, want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft”
De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen om de wil van God. God heeft gewild dat de zonde en het leven zonder Hem de vruchteloosheid in Zich zou dragen. Dat is ook logisch, want Hij is leven. Alleen in Hem is er volheid, is er toekomst en is het volmaakt. Alles wat buiten Hem omgaat of zich onafhankelijk opstelt van Hem heeft geen toekomst. Het draagt de dood in zich en is onvolmaakt.
Om het zinnetje “Om de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft”, te begrijpen moeten we terug naar het boek Genesis, naar de zondeval. Daar we zien hoe Adam en Eva de verkeerde kant kiezen. Ze laten zich door de slang verleiden. Wanneer God naar hen toekomt, zijn ze beschaamd en verbergen ze zich. Ze zijn niet bereid hun verantwoordelijkheid op zich te nemen en ze beschuldigen elkaar van wat er fout is gegaan. Uiteindelijk spreekt God een vloek uit over de schepping (Gen.3:16 e.v.):
“Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. En tot de mens zei Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.”
Allerlei vormen van lijden duiken op als een gevolg van de zondeval: pijnlijke bevallingen, moeilijke relaties, moeizaam werk, overheersing van de man over de vrouw. Dit laatste is zeker geen gebod, maar een voorspelling van hoe huwelijken verkeerd zullen aflopen en hoe de één de ander zal proberen te domineren. De gehele aardbodem ligt onder de vloekt op de zonde. Waar werk vóór de zondeval een plezier was, wordt het nu zwoegen. Dood en ziekte komen de wereld binnen. Leven zonder God draagt de dood in zich.
Maar er is hoop. In Rom.8:22-23 schrijft Paulus:
“Want wij weten, dat de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij maar ook wij zelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.”
De mens is in slavernij, maar er is hoop. Er komt bevrijding. Dat de schepping zucht en in barensnood is, is een realiteit die niet ontkend kan worden. Maar tezelfdertijd is er hoop: de verwachting van een hoopvolle toekomst. Moeite en de pijn zullen niet vruchteloos zijn. De Schrift verkondigt dat deze schepping ondanks zijn zorgen en moeiten iets goeds zal voortbrengen, omdat God met ontferming bewogen is. Hij zal de ganse schepping doen wedergeboren worden door de genade die wij in Jezus Christus mogen ontvangen.
Ook christenen lijden. Christen zijn betekent niet altijd “blij, blij, mijn hart is altijd blij”, zoals het kinderliedje zegt. Ook wij, die de Heilige Geest ontvangen hebben, zuchten bij onszelf. Wij lijden in de verwachting van de toekomstige verlossing van ons lichaam. Wij zijn reeds bevrijd van de schuld van de zonde en wij zijn bezig bevrijd te worden van de macht van de zonde. Maar pas straks, in de toekomst, zullen wij bevrijd zijn van de aanwezigheid van de zonde. Wij lijden nog, in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Na de dood ontvangen wij een nieuw lichaam, een opstandingslichaam, een nieuw lichamelijk leven. Dan zal God alles in allen zijn.

De oorsprong van Satan
Waar komt het kwade nu vandaan? Waar komt de slang vandaan? Indien God alles schiep, en Hij alles goed heeft gemaakt, hoe is het dan mogelijk dat de duivel er is?
Er zijn niet zoveel bijbelteksten om hierop licht werpen. Eén passage staat in Ez.28 vanaf vers 12:
“Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon. In Eden waart gij, Gods hof. Allerhande edelgesteenten overdekten u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet; lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werd, waren zij gereed. Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven; gij waart op de heilige berg der goden (betere vertaling: van God), wandelend te midden van vlammende stenen. Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werd, totdat er onrecht in u werd gevonden: door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden (van God) verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen. Trots was uw hart op uw schoonheid - met uw luister hebt gij ook uw wijsheid teniet doen gaan. Ter aarde wierp Ik u neer, en maakte u tot een schouwspel voor koningen om met leedvermaak naar u te zien. Door uw vele ongerechtigheden, door het onrecht bij uw koophandel, hebt gij uw heiligdommen ontwijd”
Er staat boven dit stukje in de NBG-vertaling: “Klaaglied over de vorst van Tyrus”. Het Hebreeuwse woord dat hier staat voor “vorst” is nagied. Deze vorst moet onderscheiden worden van de “vorst” in vers 12, in het Hebreeuws mèlèch, te vertalen met “koning”. Deze laatste koning is volgens vers 14 een engelenwezen, terwijl de eerste (in vs. 2) een mens is. Het is vaak zo dat de Bijbel politieke machten verbindt met geestelijke, onzichtbare machten in de hemelse gewesten. Wanneer we de beschrijving van de persoon in vers 11 e.v. van dichtbij bekijken, dan is het duidelijk dat we hier te maken hebben met iemand die veel meer is dan een mens. Van hem wordt gezegd: “Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon, in Eden waart gij, Gods hof”. Het gaat over een schepsel dat onberispelijk en goed werd geschapen, een cherub, een engel. Hij was goed totdat er kwaad in hem is gevonden. “Trots was zijn hart op zijn schoonheid,” zegt dit stukje. Het mooie dat God heeft geschapen is bedorven, is kwaad geworden. Dat kwaad kwam uit zijn hart. Het kwaad ontstond door het bederf van iets goeds. Het kwaad heeft geen bestaan buiten het goede. Als we spreken over goed dan houdt dat in zich dat het ook mogelijk is om over kwaad te spreken. Het kwaad ontstond in het hart van satan, in hemzelf, en het bedierf al zijn goede kwaliteiten. Zijn hoogmoed was de oorzaak van het kwade. Dit is duidelijk te zien in een andere beschrijving van satans val in Jes. 14:12-15. Ook satan had een vrije wil om Gods liefdesdaad te beantwoorden op een positieve wijze of zich daarvan af te keren.
Het mooiste goed dat bedorven werd, werd het grootste kwaad.

De christen geroepen tot lijden
Er is hoop voor hen die Jezus Christus kennen. Het lijden dat ons overkomt is immers niet toevallig en vreemd (1 Petr.4:12). Petrus schrijft dat het lijden onze roeping is (1 Petr. 4:12) en dat wij daartoe bestemd zijn (1 Tess. 3:3). Lijden is ware genade bij God (Fil.1:29). Lijden is iets om verblijd over te zijn (Hand.5:41).
Het gaat hier in de eerste plaats om lijden dat ons overkomt omdat wij de Here Jezus Christus volgen. Voor een christen is lijden in dit opzicht een eer. Waar wij vaak proberen om het lijden zoveel mogelijk te vermijden of te minimaliseren, ligt er in het gelovig leven een geheimenis: lijden is een roeping, de uitdrukking van een godvruchtig leven.
Voor de ongelovige heeft lijden altijd met een catastrofe te maken, want uiteindelijk is het zinloos, draagt het geen hoop in zich. Maar wij weten dat God alle dingen doet meewerken ten goede voor hen die God liefhebben, die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn (Rom. 8:28). We kunnen er niet omheen dat voor Jezus kiezen, lijden en beproevingen inhoudt.
“Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).
Christenen zouden zich met deze gedachte moeten verzoenen. Ons verzoenen met de gedachte aan beproeving betekent niet dat we het ons zo moeilijk mogelijk moeten maken. Het betekent wel dat we bereid moeten zijn de weg te volgen van het kruis, hoe zwaar dat kruis voor ieder van ons ook mag zijn. Het is niet belangrijk hoeveel beproevingen we in ons leven zullen tegenkomen, belangrijk is hoe we tegenover deze beproeving zullen staan. Onszelf verzoenen met de gedachte aan beproeving betekent niet dat we niet meer van het leven mogen genieten. Wel is de vraag of het verlangen van ons hart gericht is op de zaak van de Heer, ook als dit betekent dat we daardoor in moeilijkheden komen. We moet niet noodzakelijk alle dingen moeilijk gaan vinden, of voortdurend in beproevingen terecht komen. Maar we moeten wel bereid zijn om als ze komen ze te aanvaarden. Jezus volgen houdt noodzake­lijker­wijze beproeving in zich.
Onszelf verzoenen met de gedachte aan beproeving is een machtig wapen tegen de aanvallen van Satan op ons geestelijk leven. Want precies als we ons met de gedachte aan beproeving niet kunnen verzoenen, gaan we haat en wrok koesteren tegen anderen en tegenover God. Dan komt er een moment dat we als christen onbruikbaar worden om het licht van Christus te verspreiden. Natuurlijk heeft ons leven waarde, uitsluitend op grond van het feit dat Jezus zijn leven voor ons heeft gegeven. Hij houdt van ons zoals we nu zijn. Maar Hij wil meer: Hij wil ons bruikbaar maken voor zijn koninkrijk.
Jezus volgen houdt beproeving in zich. Als wij discipelen van Hem zijn, dan moeten wij bereid zijn Hem na te volgen, in alle dingen. Hij was veracht, van mensen verlaten en eenzaam (Jes. 53:3e.v.; vgl. 1 Kor. 4:10). Hij was een man van smarten en vertrouwd met ziekte (Jes. 53; vgl. Joh. 16:20-22). Hij werd mishandeld (Jes. 53; vgl. Matt. 24:9). Hij werd vervolgd (Luc. 4:14-30; vgl 2 Tim. 3:12) en uitgescholden (1 Petr. 2:23; vgl. Matt. 5:11. Hij was een vreemdeling op deze wereld (Matt. 25:35; vgl 1 Petr. 2:11). Hij werd verzocht (Hebr. 2:18; vgl. 1 Petr. 1:6). Hij werd ontroerd en emotioneel geraakt (Joh. 11:33-35; vgl. 2 Kor. 4:8). Indien wij gemeenschap willen hebben met Christus en een levende relatie met Hem willen opbouwen, dan moeten wij ons verzoenen met de gedachte aan beproeving en lijden, want dat is ook wat Jezus Christus heeft meegemaakt. Een christen heeft gemeenschap aan het lijden van Christus (Fil. 3:10; 1 Petr. 4:13). Wanneer Paulus de christenen vervolgt, ontmoet hij Jezus, die zegt: “Waarom vervolgt gij Mij?”.
Ons verzoenen met de gedachte aan beproeving betekent ook meeleven met hen die lijden:
“Denkt aan de gevangenen, alsof gij met hen gevangenen waart. En aan hen die mishandeld worden, als mensen die zelf ook een lichaam hebt” (Hebr. 13:3).
Jezus volgen betekent zegen en lijden. Of beter: ook zegen in het lijden. Wat is immers het verschil tussen het lijden van een christen die God dient en het lijden van een christen die opstandig is of van een ongelovige? Ogenschijnlijk overkomt iedereen hetzelfde lijden. Het levenshuis van de discipel staat echter op de rots, Jezus Christus. Alle anderen bouwen op het zand. Beide huizen komen in de storm van het leven terecht, en beide ondergaan dezelfde moeilijkheden en dezelfde problemen. Maar de ene houdt stand, omdat het een stevig fundament heeft. En de andere gaat kapot, omdat het gebouwd is op het zand. De storm van het lijden verheerlijkt het fundament van de discipel, maar verbrijzelt het huis van wie Christus niet volgt.

De zin van het lijden

Geestelijke volwassenheid
Er is hoop, want de Heer beter leren kennen is één van de dingen die voortvloeien uit het groeiproces van heiliging, dat God doorheen het lijden in ons leven bewerkt. Er zijn verschillende teksten in de Schrift, die ons dit duidelijk maken.
“Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards en geen zonen. Voorts, de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan nog niet veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven? Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste geweten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid. Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen. Doch later brengt zij hun die er door geoefend zijn, een vreedzame vrucht die bestaat in gerechtigheid”. (Hebr. 12:7-11)
Ouders tuchtigen hun kinderen, niet om het hun moeilijk te maken, maar juist voor een goed doel: opdat ze volwassenen zouden worden. Zo gaat ook God met ons om. Hij tuchtigt wie Hij liefheeft. Zijn doel met ons leven is gerechtigheid, heiliging, geestelijke volwassenheid. Vaak tuchtigt Hij ons, opdat die gerechtigheid in ons meerder mag worden.
We kunnen onszelf de vraag stellen hoe wij menen tot volmaking te kunnen komen zonder enige vorm van lijden, terwijl Gods eigen Zoon door lijden heen volmaakt moest worden (Hebr. 2:10) en gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij geleden heeft (Hebr. 5:8)...
Wij zien de dingen niet altijd zoals God ze ziet. Ook in de Bijbel vinden we daar een voorbeeld van: Asaf in Psalm 73.
“Waarlijk, God is goed voor Israël, voor hen die rein van hart zijn. Maar mij aangaande, bijkans waren mijn voeten afgeweken, bijna waren mijn schreden uitgegleden. Want ik was afgunstig op de hoogmoedigen, toen ik de voorspoed der goddelozen zag. Want moeiten hebben zij niet, gaaf en welgedaan is hun lichaam; in de kwelling der stervelingen delen zij niet, en met andere mensen worden zij niet geplaagd. Daarom is de trots hun een halssieraad, het geweld omhult hen als een kleed; hun ogen puilen uit van vet, de inbeeldingen van hun hart lopen over; zij spotten, en boosaardig spreken zij van verdrukking, zij spreken uit de hoogte; ze zetten een mond op tegen de hemel, en hun tong roert zich op de aarde.”
Vaak denken ook wij in die zin: “Waarom gaat het met mij zo slecht en waarom gaat het met anderen die niet geloven zo goed? Welke baat is er in het feit dat ik christen ben? Zorgt God wel echt voor mij?” Asaf denkt hier verder over na. In vers 21 van Psalm 73 komt hij tot deze conclusie:
“Toen mijn hart verbitterd was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd, toen was ik een grote dwaas en zonder verstand, ik was een redeloos dier bij U.”
Zijn conclusie is duidelijk. Zó over God denken, alsof Hij ons vergeten heeft, dat het beter is om ongelovig te zijn, is een dwaas denken. Het is een denken zonder verstand. Asaf keek om zich heen en zegt(vers 16):
“Ik tobde erover dit te begrijpen, een kwelling was het in mijn ogen, totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde lette. Waarlijk, Gij stelt hen op glibberige plaatsen, Gij doet hen instorten tot puin.”
Ook de gelovige valt wel eens, maar “hij stort niet neder, want de HERE schraagt zijn hand” (Ps. 37:24).
Het leven zonder God eindigt in een puinhoop. Pas toen Asaf dit besefte ging hij iets begrijpen van het feit dat God toch nog altijd soeverein was:
“Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U begeer ik niets op aarde. Al zal mijn vlees en mijn hart bezwijken, mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig. Want zie, wie verre van U zijn gaan te gronde. Gij verdelgt al wie overspelig U verlaat. Maar mij aangaande, het is goed nabij God te zijn. De Here HERE heb ik tot mijn toevlucht gesteld, en ik wil al Uw werken vertellen”.
“Nevens U begeer ik niets op aarde.” Is dat ook onze conclusie wanneer wij om ons heen kijken? Wie verzadigd is, heeft de neiging God te vergeten (Spr. 30:8-9). Het is daarom goed om exact datgene van God te ontvangen wat we nodig hebben: niet te veel opdat we niet zelfgenoegzaam worden, niet te weinig opdat er geen verbittering komt. Verbittering komt hoofdzakelijk doordat we niet inzien dat God toch bezig is.
Gods doel met lijden in ons leven is vaak dat we Hem beter leren kennen, dat we groeien in heiliging. Hetzelfde was in wezen ook aan de hand met Naäman (1 Kon.15:17-18). Hij was een heiden die genezen werd van een ziekte. Het gevolg daarvan was dat hij geen afgoden meer wilde aannemen. Zijn ziekte had er uiteindelijk toe geleid dat hij God leerde kennen.
Een beproeving kan tot heil zijn (Jes. 38:17). Job wordt door smart vermaand (Job. 33:19). De doorn in het vlees van Paulus diende om hem te behoeden voor zonde (2 Kor. 12:7). Een beproeving dient om Gods Woord beter te leren kennen (Ps. 119:71). De kinderen van Israël kunnen niet echt kunnen begrijpen hoe groot God is, omdat ze niet hebben meegemaakt hoe Hij hun heeft weggeleid uit Egypte en hoe Hij hen door grote wonderen en allerlei weldaden, door het betonen van Zijn kracht, bevrijd heeft uit de slavernij. De kinderen waren niet in staat om Gods grootheid te erkennen omdat ze ook Gods uitredding uit al die problemen niet hebben meegemaakt(Deut. 11). Lijden bewerkt heiliging en geestelijke groei in ons leven. God laat beproeving toe teneinde te zien wat in ons hart is (Deut. 8:2). Hij wil ons hart veranderen als dat nodig is. En soms gebruikt Hij daarvoor lijden en de problemen van deze wereld.
Openb.2:10 spreekt erover dat wij getest moeten worden:
“Wees niet bevreesd over hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen uwer in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt, en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen”.
“Opdat gij verzocht wordt.” Het woordje dat in de Griekse tekst staat betekent “getest”. Het doel is dat zij op de proef worden gesteld.
“Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus” . (1 Petr.1:6-8)
God wil ons testen. Hij wil de echtheid van ons geloof naar voren halen. Zoals goud gezuiverd moet worden door vuur, moet ook ons geloof aan een reinigingsproces onderworpen worden.
Jonge christenen laten hun geloof wel eens schieten zodra er beproevingen komen. Toch moeten ze leren om die beproevingen te verwachten. Ook het huis op de rots doorstaat de storm. Het is een verkeerde voorstelling van het Evangelie indien verkondigd wordt dat wie Jezus aanneemt geen problemen meer zal hebben. Integendeel: er komen er soms bij. De belofte van de Bijbel is niet dat de problemen verdwijnen, maar dat we kunnen leren er bestand tegen te zijn (1 Kor. 10:13). We moeten misschien een voorbeeld nemen aan Paulus, die de jonge discipelen versterkte in hun geloof en daarbij leerde “dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan” (Hand. 14:22).
We kunnen hierbij denken aan de gedachte dat de gemeente, het lichaam van Christus, een geestelijke tempel is. Indien we de bouw van die tempel vergelijken met hoe de tempel van Salomo is gebouwd, dan valt het op hoe die tempel in elkaar wordt gezet zonder geluid, zonder lawaai, zonder geratel. Alle stenen pasten perfect in elkaar. Ze hoefden niet meer afge­beiteld of gepolijst te worden. Het polijstwerk was reeds gebeurd in de steengroeve. Daar werd alles mooi op maat gemaakt. Nadien werd het getransporteerd naar de bouwplaats en als een blokkendoos in elkaar gezet.
Wij zitten in de steengroeve. Christus is bezig met Zijn gemeente te bouwen. Hij is bezig met ons te polijsten opdat we straks als een geestelijk huis perfect in elkaar gezet kunnen worden.

Lijden voor anderen
God gebruikt het lijden niet alleen om ons te leren Hem beter te leren kennen, maar ook opdat wij anderen, waaraan lijden is toebedeeld, zouden kunnen helpen.
“Worden wij verdrukt, het is u tot troost en heil; worden wij getroost, het is u tot een troost, die zijn kracht toont in het doorstaan van hetzelfde lijden, dat ook wij ondergaan”. (2 Kor.1:6)
Soms lijden mensen zodat ze anderen in dezelfde druk kunnen helpen. Het lijden van de ander is pas ten diepste te begrijpen als men zelf een gelijkaardig lijden heeft meegemaakt. Wat Paulus in Kol.1:24 zegt stemt tot nadenken:
“Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente”.
Paulus lijdt omwille van de anderen. Hij vult in zijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus. Wij weten dat Jezus alles heeft volbracht en dat Zijn offer volmaakt is. Waarover heeft Paulus het dan als hij zegt dat hij in zijn vlees aanvult wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus? Ik geloof dat het gaat om het getuigenis van zijn leven. Hij drukt zijn geloof en de redding door genade consequent uit in “het lichaam der zonde” waarin hij nog steeds woont. Zonder die uitdrukking zou zijn geloof dood zijn.
Het enige wat ontbreekt opdat de wereld zou zien dat God werkelijk liefde is, en met ontferming over de toestand van de mens bewogen is, is dat deze boodschap verkondigd moet worden in mensenlevens. Lijden kan dan ook een getuigenis zijn tot opbouw van de gemeente en tot verkondiging van het Evangelie: een manier om Gods heerlijkheid bekend te maken ten opzichte van mensen die Hem niet kennen of mensen die in de problemen zitten en die problemen met God willen oplossen.

Lijden tot eer van God
Wellicht is Job van deze vorm van lijden het bekendste voorbeeld. Hij werd zonder oorzaak in het verderf gestort. Satan daagde God uit. Hij wou bewijzen dat Job niet van God houdt. God zei: “oké, je mag die test doen”. En Job bleef van God houden. God had gelijk. Het lijden van Job was niet zinloos, ook al wist hij niet waarom hij leed.
Daarom moeten we ook opletten anderen niet te veroordelen wanneer zij lijden of ziek zijn, zoals de vrienden van Job hem aanklaagden. Het zou best kunnen dat God met hen een plan heeft dat wij niet zien, net zoals Hij een plan had met Job, dat Job niet zag en dat zijn raadgevers ook niet zagen.
Ef.3:10 zegt dat God door middel van de gemeente Zijn veelkleurige wijsheid bekend wil maken aan de overheden en machten in de hemelse gewesten. De engelen kunnen Gods veelkleurige wijsheid zien en door ons bezig te zien Hem beter leren kennen. Lijden tot Gods eer maakt iets duidelijk aan de onzichtbare geestelijke wereld. Kunnen wij ons voorstellen dat, in het geval van Job, de hele engelenwereld heeft zitten toekijken? Ze hebben zich afgevraagd: “Wat gaat Job doen? gaat hij de weg van God blijven volgen?” Misschien was er wel een doodse stilte in de hemel. De engelen hielden hun adem in, want de eer van God stond op het spel. Stel je voor wat een geweldig applaus in de hemel is losgebarsten tot eer van God, toen uiteindelijk bleek dat Job had stand gehouden.

Ter bemoediging
Ga denken over het lijden zoals de Bijbel dat doet. God laat ons nooit boven vermogen in de beproeving zitten (1 Kor.10:13). Hij heeft een uitkomst. Die uitkomst is vaak dat Hij een middel geeft om het te dragen.
De gemeente van Smyrna wordt in Openb.2:9-10 werkelijk overstelpt met moeilijkheden. Sommige christenen zaten in de gevangenis. We kunnen veronderstellen dat ze bespot werden, bedreigd en vervolgd. Toch bleven ze trouw aan de Heer. Waarschijnlijk hebben ze gebeden: “Heer, verlos ons uit die gevangenis! Wilt U de bedreiging en de vervolging verminderen? Wilt U die persoon tot bekering laten komen?” Zo bidden ook wij vaak. We zoeken een oplossing voor onze nood. Is het dan niet vreemd dat God soms niet antwoordt? Of dat Hij zegt: “Ik zal aan de behoefte die je hebt niet voldoen op de wijze zoals jij dat wil.”
Soms zegt God: “Ik weet uw verdrukking en uw armoede.” Net zoals Hij dat tegen de gemeente van Smyrna zegt. Maar hoe liefdevol, hoe bewogen, zijn de woorden van de Heer die zegt: “Ik weet”. Als we God werkelijk kennen dan moeten deze woorden diep tot ons doordringen: “Ik weet, Ik zorg voor je, Ik heb alles onder controle. Je hoeft je nergens zorgen over te maken.” Dikwijls vragen we dat de Heer onze moeilijkheden wegneemt en ons voorspoed geeft. En vaak ervaren we dat ook zo: we worden bevrijd van beproevingen, en we krijgen rijkdom in plaats van armoede. Maar soms blijft de armoede, en wordt de beproeving nog erger. Dan zegt God: “Ik weet”.
Hoe gemakkelijk zou het voor Hem zijn om ons te bevrijden! Hij is zo bewogen met ons bezig dat Hij geen genoegen heeft in ons lijden. “Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen,” zegt Klaagl.3:33. Maar opdat wij geestelijk zouden groeien, opdat wij volwassen zouden worden in het geloof, laat Hij soms het lijden toe, opdat wij anderen daar ook zouden mee kunnen helpen, opdat wij Zijn eer, door alles heen, zouden kunnen verdedigen.
Midden in de puinhoop van een gevallen wereld blijft God alles onder controle houden. De macht die satan over Job had, was beperkt. Er was een limiet. De gemeente van Smyrna heeft een verdrukking van zeven dagen: niet meer maar ook niet minder. Hij weet. Hij stelt de grens.
“De Here is nabij, wees in geen ding bezorgd maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat zal uw harten en gedachten behoeden in Christus Jezus.” (Fil. 4:4-7)
“De Here is nabij.” Is dat niet hetzelfde als: “Ik weet”? Nee, we hoeven ons niet passief op te stellen of gelaten ten onder te gaan in het lijden. We kunnen actief zijn en van God verwachten dat Hij de problemen gebruikt om daardoor iets goeds tot stand te brengen, zodat wij geestelijk groeien en tot volwassenheid komen.
“Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof vol­harding uitwerkt. Maar die volhar­ding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet. (Jak. 1:2-4)
Laat ons ons huis bouwen op de rots die Christus is, zodat het stevig staat, en in staat mag zijn om welke storm dan ook te doorstaan en stand te houden, zodat God daardoor nog meer eer ontvangt!!

 

Top!

 

 

Samen op de sofa

Gespreksthema's
voor echtparen


Meer info

Recent geplaatst

19/09/17 - Bijbels dagboek week 39
15/09/17 - Bijbels dagboek week 38
11/05/11 - Gedicht 'Lijden'
01/12/16 - Lied 'Vertrouw op de HEERE'

Het Laatste Woord

Waar wij vaak proberen om het lijden zoveel mogelijk te vermijden of te minimaliseren, ligt er in het gelovig leven een geheimenis: lijden is een roeping, de uitdrukking van een godvruchtig leven.

Blijf op de hoogte!

Volg ons op FacebookaVolg ons op TwitteraLinkedIna luister op SoundClouda podcast op iTunes  

 

Copyright www.devriese.eu. All Rights Reserved

Bijbels Dagboek - Gedichten en Muziek - Vragen - Echtscheiding en Hertrouwen - Geestelijk leven - Gemeente - Gebed - God - Huwelijk - Leiderschap - Lijden -
Opvoeding - Pastoraat - Pastorale Counseling - Postmodernisme - Relaties - Samen op de sofa - Seksualiteit - Vergeving - Vrouw